Echtscheiding en de echtelijke woning: wie mag blijven?

·5 min leestijd

Een van de grootste vragen bij echtscheiding: wat gebeurt er met de gezamenlijke woning? Wie mag er blijven wonen en hoe wordt de overwaarde verdeeld? Lees hier alles over de juridische mogelijkheden.

De echtelijke woning is voor veel echtparen het belangrijkste bezit. Bij een scheiding wordt de vraag wie er mag blijven wonen dan ook een van de meest beladen onderwerpen. In Nederland zijn er duidelijke wettelijke regels over het gebruik en de verdeling van de echtelijke woning, maar de praktijk is vaak complexer dan de theorie. Of de woning nu gezamenlijk eigendom is, op naam van een van de partners staat, of gehuurd wordt: de regels zijn telkens anders. In dit artikel bespreken wij uitgebreid de juridische kaders, de mogelijkheden en de valkuilen bij de verdeling van de echtelijke woning.

Voortgezet gebruik van de echtelijke woning (artikel 1:165 BW)

Op grond van artikel 1:165 BW kan de rechter bij de echtscheidingsbeschikking aan een van de echtgenoten het voortgezet gebruik van de echtelijke woning toekennen voor maximaal zes maanden na inschrijving van de echtscheiding. Dit geldt ongeacht wie eigenaar is van de woning. De rechter kijkt hierbij naar het belang van de kinderen (blijven zij in hun vertrouwde omgeving?), de financiele mogelijkheden van beide partners, en de woonsituatie van ieder van hen. In de praktijk wordt het voortgezet gebruik vaak toegekend aan de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben. Gedurende deze periode hoeft de vertrekkende partner niet mee te betalen aan de woonlasten, tenzij de rechter anders beslist.

Voorlopige voorziening: wie mag er tijdens de procedure blijven?

Nog voordat de echtscheiding definitief is, kan er al een conflict ontstaan over wie er in de woning mag blijven. Via een voorlopige voorziening op grond van artikel 822 lid 1 sub a Rv kan de rechter bepalen wie het exclusieve gebruik van de woning krijgt gedurende de echtscheidingsprocedure. De rechter weegt hierbij dezelfde factoren: het belang van de kinderen, de mogelijkheden van beide partners om vervangende woonruimte te vinden, en eventuele veiligheidsoverwegingen (bij huiselijk geweld). Een verzoek om voorlopige voorziening kan al bij het echtscheidingsverzoek worden ingediend of als zelfstandig verzoek.

Gemeenschappelijke woning bij huwelijkse gemeenschap

Als u in gemeenschap van goederen bent getrouwd (artikel 1:94 BW, voor huwelijken gesloten voor 1 januari 2018: algehele gemeenschap; daarna: beperkte gemeenschap), is de woning gezamenlijk eigendom. Bij de verdeling zijn er drie opties. Ten eerste kan een van de partners de woning overnemen en de ander uitkopen. Dit vereist dat de overnemende partner de hypotheek alleen kan dragen en de helft van de overwaarde kan betalen. Ten tweede kan de woning worden verkocht en de opbrengst worden gedeeld. Ten derde kunnen de partners afspreken dat de woning voorlopig onverdeeld blijft, maar dit is in de praktijk zelden wenselijk vanwege de doorlopende gezamenlijke financiele verplichtingen.

Woning op naam van een partner

Als de woning op naam van slechts een partner staat en er huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt, is de situatie anders. De woning behoort dan in beginsel tot het privevermogen van die partner. De andere partner kan echter wel aanspraak maken op het voortgezet gebruik (artikel 1:165 BW) en heeft mogelijk een vergoedingsrecht als hij of zij heeft bijgedragen aan de hypotheeklasten of verbouwingen. Het vergoedingsrecht is geregeld in artikel 1:87 BW en kan leiden tot een aanzienlijke vordering. Een advocaat kan u helpen om dit vergoedingsrecht in kaart te brengen en te claimen.

De hypotheek bij scheiding

Een van de meest complexe aspecten is de hypotheek. Als beide partners hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hypotheek (wat meestal het geval is), blijft die aansprakelijkheid bestaan totdat de hypotheek is afgelost of een van de partners uit de hypotheek wordt ontslagen. De bank moet toestemming geven voor het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid en zal beoordelen of de overblijvende partner de lasten alleen kan dragen. Zolang u beiden op de hypotheek staat, bent u beiden aansprakelijk voor de volledige schuld. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de onderhandelingen over de verdeling. Let ook op de fiscale consequenties: de hypotheekrenteaftrek geldt alleen voor de partner die in de woning woont en de rente betaalt.

Huurwoning bij scheiding

Bij een huurwoning gelden andere regels. Op grond van artikel 7:266 BW zijn beide echtgenoten medehuurder, ongeacht op wiens naam het huurcontract staat. Bij scheiding kan de rechter het huurrecht toewijzen aan een van de partners (artikel 7:267 BW). De verhuurder wordt hiervan in kennis gesteld maar hoeft geen toestemming te geven. De rechter kijkt weer naar het belang van de kinderen en de woonbehoefte van beide partners. Voor sociale huurwoningen kan het verlies van het huurrecht grote gevolgen hebben vanwege de lange wachtlijsten.

Praktische tips bij de verdeling van de woning

Laat de woning tijdig taxeren door een onafhankelijke taxateur. Dit voorkomt discussies over de waarde. Overleg met uw hypotheekadviseur over de mogelijkheden voor overname of verkoop. Houd rekening met de kosten koper, notariskosten en eventuele boeterente bij oversluiting van de hypotheek. Als u de woning wilt overnemen, zorg dan dat u financieel voldoende draagkracht heeft, ook voor de langere termijn. Neem de tijd voor deze beslissing: de woning is vaak emotioneel beladen, maar het moet financieel haalbaar zijn. Een gespecialiseerde echtscheidingsadvocaat kan u begeleiden bij dit complexe proces.

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt wie er in de woning mag blijven bij scheiding?
De rechter bepaalt dit op basis van het belang van de kinderen, de financiele mogelijkheden van beide partners en hun woonsituatie. Via een voorlopige voorziening (art. 822 Rv) kan dit al tijdens de procedure worden geregeld, en via art. 1:165 BW voor maximaal zes maanden na de scheiding.
Moet ik de overwaarde delen als het huis op mijn naam staat?
Dat hangt af van uw huwelijksgoederenregime. Bij gemeenschap van goederen is de woning gezamenlijk eigendom en moet de overwaarde worden gedeeld. Bij huwelijkse voorwaarden behoort de woning in beginsel tot het privevermogen, maar de ander kan een vergoedingsrecht hebben op grond van art. 1:87 BW.
Kan ik uit de hypotheek worden ontslagen na scheiding?
Ja, maar de bank moet hiervoor toestemming geven. De bank beoordeelt of de overblijvende partner de hypotheeklasten alleen kan dragen. Zolang u niet bent ontslagen, blijft u hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige hypotheekschuld.
Terug naar blog
Deel dit artikel

Hulp nodig bij uw scheiding?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze familierecht-specialisten. Wij spreken uw taal.